Richtlijn voor strafvordering vliegen onder invloed (2018R018)

In deze beleidsregel

Categorie
  • strafvordering
Rechtskarakter

Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130, lid 6 Wet RO

Van College van procureurs-generaal
Aan Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer 2018R018
Datum inwerkingtreding
Publicatie in Staatscourant 2018, 67907
Vervallen Richtlijn voor strafvordering vliegen onder invloed (2017R007)
Relevante beleidsregels Kader voor strafvordering en OM-afdoeningen (2015A001)
Instructie invordering bewijzen van bevoegdheid in het kader van de Wet luchtvaart (2015I006)
Wetsbepalingen

Art. 2.12, 5.3, 11.4 t/m 11.11 Wet luchtvaart

Bijlagen -

BESCHRIJVING

Deze richtlijn ziet op het bedienen van een luchtvaartuig door cockpitpersoneel, het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van inzittenden of lading door ander boordpersoneel of het verlenen van luchtverkeersdiensten onder invloed van:

a. een stof, zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid Wet luchtvaart of

b. alcohol, zoals bedoeld in artikel 2.12, tweede en derde lid Wet luchtvaart.

Ad a) Hoewel artikel 2.12, eerste lid, niet noodzakelijkerwijs alcohol betreft, kan deze richtlijn betrekking hebben op cockpitpersoneel of ander boordpersoneel of (via art. 2.12, zesde lid) op luchtverkeersdienstverleners onder invloed van alcohol, waarbij (om enige reden) op incorrecte wijze of in het geheel geen alcoholgehalte van adem of bloed is vastgesteld. Het kan ook gaan om andere middelen dan alcohol of een combinatie van middelen. Indien verdachte in kennelijke staat van dronkenschap verkeerde of een daarmee gelijk te stellen toestand, dient dit als verzwarend te worden beoordeeld.

Ad b) Bij artikel 2.12, derde lid, is het ademalcoholgehalte (AAG) of bloedalcoholgehalte (BAG) bekend. De in de tabellen vermelde strafmaat is vastgesteld, uitgaande van de gemeten alcoholwaarde en het soort luchtvaartuig waarmee het delict werd begaan. Naast het vliegen onder invloed ziet de richtlijn tevens op de diverse vormen van weigering met betrekking tot onderzoek naar het AAG en BAG, zoals bedoeld in de artikelen 11.4 en 11.6 Wet luchtvaart. Ook ziet deze richtlijn op het (doen) bedienen van een luchtvaartuig tijdens duur vliegverbod (art. 11.5 Wet luchtvaart) en/of het geven van luchtverkeersdienstverlening tijdens duur verbod van het geven van zodanige leiding (art. 11.8a Wet luchtvaart).

RECIDIVE

De sancties in deze richtlijn worden bij eenmaal recidive verhoogd met 50%, met dien verstande dat die verhoging bij een geïndiceerde gevangenisstraf wordt toegepast op het aantal dagen en niet op het aan de hand daarvan afgeronde aantal weken of maanden.

DE RICHTLIJN

Zie de tabellen in de bijlage. (pdf, 112 kB)