Richtlijn voor strafvordering motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. (2019R015)

In deze beleidsregel

Categorie
  • strafvordering
  • Verkeer
Rechtskarakter

Aanwijzing in de zin van art 130 lid 6 Wet RO

Van College van procureurs-generaal
Aan Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer 2019R015
Datum inwerkingtreding
Publicatie in Staatscourant 2019, 66653
Vervallen Richtlijn voor strafvordering motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. (2015R021)
Relevante beleidsregels Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen (2019A003)
Wetsbepalingen

Art. 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994)

Bijlagen -

Beschrijving

Deze richtlijn ziet op een aantal delicten uit artikel 9 WVW1994 betreffende het ongeoorloofd (doen) besturen van een motorrijtuig. Onder deze richtlijn vallen het rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid (OBM), na een (gedeeltelijke) ongeldigverklaring of schorsing door het CBR, na een van rechtswege ongeldigheid op grond van artikel 123b WVW1994, na een vordering tot overgifte, alsmede na een invordering van het rijbewijs.

Basisdelicten

  • Motorrijtuig (doen) besturen tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid (lid 1).
  • Motorrijtuig van de betrokken categorie(ën) (doen) besturen in geval van een (gedeeltelijke) ongeldig verklaring van het rijbewijs (lid 2, eerste volzin).
  • Motorrijtuig van de betrokken categorie(ën) (doen) besturen in geval het rijbewijs op grond van artikel 123b WVW1994 van rechtswege ongeldig is geworden of indien een aantekening in de zin van artikel 123b derde lid WVW1994 is geplaatst (lid 2, tweede volzin).
  • Motorrijtuig van de betrokken categorie(ën) (doen) besturen na vordering tot overgifte en/of invordering van het rijbewijs op grond van artikel 130, tweede lid WVW1994 (lid 4).
  • Motorrijtuig van de betrokken categorie(ën) (doen) besturen in geval het rijbewijs (gedeeltelijk) is geschorst (lid 5).
  • Motorrijtuig van de betrokken categorie(ën) (doen) besturen na vordering tot overgifte en/of invordering van het rijbewijs op grond van artikel 164 WVW1994 (lid 7).
  • BESTUURDERS MOTORRIJTUIGEN (niet zijnde vrachtauto’s en autobussen, zie 2.)

First offender

1x recidive

Meermalen recidive

GS 2 weken ov

5j

2j

GS 3 weken ov

GS 4 weken ov

GS 4-6 weken ov

  • BESTUURDERS VRACHTAUTO’S EN AUTOBUSSEN

First offender

1x recidive

Meermalen recidive

GS 4 weken ov

5j

2j

GS 6 weken ov

GS 8 weken ov

GS 8-10 weken ov

N.B. naast de hiervoor genoemde strafeis zou ook een OBM kunnen worden geëist. Rijbewijsmaatregelen zijn in sommige gevallen beperkt tot de betrokken categorie(ën) op het rijbewijs, terwijl tijdens een OBM geen enkel motorrijtuig mag worden bestuurd.

Legenda

Afkortingen

OBM: ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen

GS: gevangenisstraf

ov: onvoorwaardelijk