Richtlijn voor strafvordering Luchtvaartwetgeving (2018R011)

In deze beleidsregel

Categorie
  • strafvordering
Rechtskarakter

Aanwijzing i.d.z.v. art. 130 lid 6 Wet R

Van College van procureurs-generaal
Aan Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer 2018R011
Datum inwerkingtreding
Publicatie in Staatscourant 2018, Nr. 34142
Wetsbepalingen

art. 11.9 en artikel 11.10 Wet luchtvaart (Wlv)
   art. 62 Luchtvaartwet (LvW);
   art. 33 Besluit luchtverkeer 2014 (BL 2014)
   art. 3.1 Regeling uitvoering en handhaving luchtvaartveiligheid
   art. 39 Regeling luchtvaartvertoningen (RL)
   art. 166 Regeling Toezicht Luchtvaart (RTL)

Bijlagen -

DE RICHTLIJN

Deze richtlijn heeft betrekking op overtredingen van voorschriften op het gebied van de Wet Luchtvaart, de Luchtvaartwet, het Besluit luchtverkeer 2014, de Regeling uitvoering en handhaving luchtvaartveiligheid, de Regeling luchtvaartvertoningen en de Regeling Toezicht Luchtvaart. De tarieven zijn afgerond volgens de systematiek van de Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen.

De luchtvaartwetgeving biedt in principe voldoende ruimte om door middel van bestuursrechtelijke handhaving tegen de exploitant van een luchtvaartterrein en/of tegen de eigenaar van een luchtvaartuig op te treden.

Deze richtlijn heeft uitsluitend betrekking op feiten die niet voor een bestuursrechtelijke sanctie in aanmerking komen, dan wel waarbij verwacht mag worden dat bestuurlijke handhaving niet het gewenste resultaat zal opleveren.

De landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie van parket Noord-Holland is verantwoordelijk voor de coördinatie van de vervolging van luchtvaartzaken. Dit betekent dat alle luchtvaartfeiten (overtredingen en misdrijven) dienen te worden overgedragen aan parket Noord-Holland ter beoordeling en afdoening.

DE RICHTLIJN

Link naar de tabellen (pdf, 519 kB)