Richtlijn voor strafvordering meineed (2015R037)

In deze beleidsregel

Categorie
  • strafvordering
Rechtskarakter

aanwijzing i.d.z.v. artikel 130, lid 4 Wet RO

Van College van procureurs-generaal
Aan Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer 2015R037
Datum inwerkingtreding
Publicatie in Staatscourant 2015, 4408
Relevante beleidsregels Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoening (2015A001)
Wetsbepalingen

art. 207 Wetboek van Strafrecht (Sr)

Bijlagen -

Beschrijving

Deze richtlijn heeft betrekking op meineed. Meineed wordt ook wel omschreven als ‘in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert, mondeling of schriftelijk, persoonlijk opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen’.

Meineed ten overstaan van een rechter ondermijnt de waarheidsvinding in een rechtsstaat, hetgeen direct en in ernstige mate het algemeen belang raakt. Om die reden is het uitgangspunt dat onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt geëist. Indien meineed is begaan in een strafzaak terwijl de afgelegde verklaring in het nadeel is van de verdachte, is een zwaardere sanctie geïndiceerd (strafmaximum gaat dan van 6 naar 9 jaar, zie art. 207, lid 2 Sr).

Basiscasus/delict

Een bij de rechter-commissaris of op de terechtzitting door een getuige afgelegde valse verklaring.

Eenmaal meineed

Gevangenisstraf 3 maanden

Meermalen meineed in 1 strafzaak

Gevangenisstraf 6 maanden

Meineed met ernstige gevolgen*

Gevangenisstraf 9 maanden

Bijzonderheden

De verdachte wordt in beginsel gedagvaard.

Strafverzwarend onder andere:

Meineed ten nadele van de verdachte (207, lid 2 Sr)

Recidive

*Onder ernstige gevolgen wordt in elk geval verstaan: ten onrechte aanhouding als verdachte, veroordeling, doorzoeking, publiciteit.

Legenda

Voor een toelichting op enkele begrippen genoemd bij de Bijzonderheden zie de Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen.