Aanwijzing opmaken proces-verbaal tegen onbekende daders (2012A018)

In deze beleidsregel

Categorie
  • opsporing
Rechtskarakter
Aanwijzing in de zin van artikel 130, vierde lid, van de Wet RO
Van College van procureurs-generaal
Aan Hoofden van de parketten, directeuren dienstonderdelen
Registratienummer 2012A018
Datum vaststelling
Datum inwerkingtreding
Publicatie in Staatscourant 2012, nr. 26894
Vervallen Aanwijzing opmaken proces-verbaal tegen onbekende daders (vervallen) (1999A023)
Wetsbepalingen -
Jurisprudentie -
Bijlagen -

SAMENVATTING

De aanwijzing geeft regels voor het opmaken van proces-verbaal tegen onbekende daders en het vastleggen van informatie in zaken tegen onbekende daders.

ACHTERGROND

Bij misdrijven, gepleegd door onbekende daders, is het van belang dat aangiften, getuigenverklaringen, verdere onderzoeksgegevens en sporen(dragers) worden bewaard, opdat zij beschikbaar zijn wanneer later het onderzoek wordt heropend en alsnog een verdachte kan worden aangewezen.

Deze aanwijzing geeft aan in welke gevallen altijd proces-verbaal dient te worden opgemaakt en in welke gevallen kan worden volstaan met het vastleggen van relevante onderzoeksgegevens.

OPSPORING

1. Opmaken proces-verbaal

In zaken waarbij de dader onbekend is gebleven en het onderzoek wordt gesloten dient proces-verbaal opgemaakt te worden in het geval van:

  • opzettelijke en culpose misdrijven waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen en/of
  • zeer ernstige geweldsdelicten, waaronder in ieder geval:
  • Ø delicten genoemd in de artikelen 240a t/m 250a Sr
  • Ø gevallen van opzettelijke vrijheidsberoving en beneming
  • Ø misdrijven met zwaar lichamelijk letsel i.d.z.v. artikel 82 Sr als gevolg.
2. Vastlegging aangiften, getuigenverklaringen en verdere onderzoeksgegevens

Bij overige misdrijven, gepleegd door onbekende daders, legt de politie de aangiften, getuigenverklaringen en verdere onderzoeksgegevens zodanig vast - hetzij bij proces-verbaal hetzij op andere wijze - dat deze beschikbaar zijn om (aanvullend) proces-verbaal te kunnen opmaken wanneer later alsnog een verdachte kan worden aangewezen.

INFORMATIEVERSTREKKING

De politie stelt het openbaar ministerie op de door de betrokken hoofdofficier van justitie aan te geven wijze op de hoogte van de in paragraaf 1 vermelde misdrijven waarvan de dader onbekend is gebleven.

Van de in paragraaf 1 genoemde misdrijven waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen en in geval van zeer ernstige geweldsmisdrijven dient een afschrift van het proces-verbaal te worden toegezonden aan de parketten. In die gevallen waarin bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn toegepast dient met de betreffende processen-verbaal en andere voorwerpen gehandeld te worden op de wijze zoals bepaald in artikel 126cc Sv en het Besluit bewaren en vernietigen niet gevoegde stukken (Stb. 1999, 548).

OVERGANGSREGELING

De beleidsregels in deze aanwijzing hebben onmiddellijke gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.