Instructie meting maximumconstructiesnelheid (2017I005)

In deze beleidsregel

Categorie
  • informatieverstrekking
Van College van procureurs-generaal
Aan Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer 2017I005
Datum inwerkingtreding
Vervallen Instructie meting maximumconstructiesnelheid (2015I009)
Relevante beleidsregels Aanwijzing meting maximumconstructiesnelheid (2017A008)
Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen (2017R005)
Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen (2015A005)
Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen (2017A009)
Aanwijzing inbeslagneming (2014A006)
Wetsbepalingen

artikelen 5.6.0, 5. 5.6.8,  5.6.72, 5.6.76, 5.7.0,  5.7.8, 5.8.0, 5.8.8, 5.10.0, 5.10.8, 5.11.0 en 5.11.8 Regeling voertuigen

Bijlagen -

SAMENVATTING

Deze instructie bevat regels voor de opsporing en vervolging van overtredingen die betrekking hebben op overschrijding van de maximumconstructiesnelheid van brom- en snorfietsen, motorrijtuigen met beperkte snelheid, landbouw- en bosbouwtrekkers en gehandicaptenvoertuigen met een motor.

OPSPORING

1. Status voertuigen

1.1 Status brom- en snorfietsen

In de definitie van bromfietsen, die is opgenomen in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen (RV), is bepaald dat een voertuig in ieder geval als bromfiets kan worden aangemerkt als dat voertuig volgens het kentekenregister als bromfiets wordt aangeduid. De vermelding van de status van het voertuig in het kentekenregister is daarom bepalend of het voertuig als bromfiets moet worden beschouwd. Het is dus niet noodzakelijk om bij gekentekende brom- en snorfietsen een (technisch) onderzoek naar de status van het voertuig in te stellen.

Daarnaast kan de Minister van Infrastructuur en Milieu sinds 1 januari 2011 bromfietsen met een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h aanwijzen tot toelating tot het verkeer op de weg [1] . De aanwijzing door de Minister is in dit geval bepalend voor de status van het voertuig en derhalve is het eveneens voor de aangewezen bromfiets niet noodzakelijk een onderzoek te doen naar de status van het voertuig.

1.2 Status fiets met trapondersteuning, speed-pedelec en gemotoriseerd rijwiel

Fiets met trapondersteuning

In de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) is in artikel 1 onder ea een definitie opgenomen van de fiets met trapondersteuning. Deze luidt als volgt: fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen. Zolang bij een fiets met trapondersteuning de ondersteuning van de elektromotor wordt onderbroken voordat de 25 km/h wordt bereikt hoeft zo’n fiets niet te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg.

Werkwijze opgevoerde fiets met trapondersteuning

Indien bij een rijproef wordt geconstateerd dat de trapondersteuning niet wordt onderbroken bij een gecorrigeerde snelheid van 25 km/h en het betreft geen speed-pedelec dan is geen sprake van een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid, maar van een voertuig dat als bromfiets moet zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg. Er is dan sprake van een overtreding van artikel 33 WVW 1994

(feitcode K 024).

Speed-pedelec

Sinds 1 januari 2017 is in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) een definitie opgenomen van de speed-pedelec. Deze luidt als volgt: elektrische bromfiets met trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht aanhoudt als het voertuig de snelheid van 25 km per uur overschrijdt. Een speed-pedelec valt derhalve onder de definitie bromfiets, zoals opgenomen in de WVW 1994 en de RV. Een speed-pedelec moet sinds 1 juli 2017 voorzien zijn van een gele bromfietsplaat [2] . Net zoals bij de normale bromfiets is de vermelding van de status van het voertuig in het kentekenregister bepalend of het voertuig als bromfiets moet worden beschouwd. Het is dus niet noodzakelijk om bij gekentekende speed-pedelecs een (technisch) onderzoek naar de status van het voertuig in te stellen. De maximumconstructiesnelheid van een speed-pedelec kan worden overschreden en kan met een rijproef worden vastgesteld. Er is bij een speed-pedelec sprake van overschrijding van de maximumconstructiesnelheid als bij een rijproef wordt geconstateerd dat de trapondersteuning niet wordt onderbroken bij de voor de betreffende speed-pedelec op de kentekencard of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid plus 5 km/h.

Gemotoriseerd rijwiel

Daarnaast bestaat er nog een tussencategorie type elektrische fiets, het zogenaamde gemotoriseerde rijwiel. Dit is een elektrische fiets die valt onder de definitie van bromfiets zoals opgenomen in de RV. In de Kaderverordening (EU) 168/2013 wordt dit voertuig geclassificeerd als L1e-A. Deze elektrische fiets heeft ten opzichte van de fiets met trapondersteuning een hoger vermogen dan 0,25 kW. Het vermogen mag maximaal 1 kW bedragen en de maximumconstructiesnelheid mag niet hoger zijn dan 25 km/h. Omdat het vermogen hoger is dan 0,25 kW moet zo’n voertuig in Nederland voorzien zijn van een snorfietskenteken. Ook voor dit type elektrische fiets geldt dat de vermelding van de status van het voertuig in het kentekenregister bepalend is of het voertuig als bromfiets moet worden beschouwd. Het is dus niet noodzakelijk om bij gekentekende gemotoriseerde rijwielen een (technisch) onderzoek naar de status van het voertuig in te stellen. De maximumconstructiesnelheid van een gemotoriseerd rijwiel kan worden overschreden en kan met een rijproef worden vastgesteld. Er is bij een gemotoriseerd rijwiel sprake van overschrijding van de maximumconstructiesnelheid als bij een rijproef wordt geconstateerd dat de trapondersteuning niet wordt onderbroken bij de voor het betreffende gemotoriseerd rijwiel op de kentekencard of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid plus 4 km/h.

1.3 Status motorrijtuigen met beperkte snelheid, landbouw- en bosbouwtrekkers en gehandicaptenvoertuigen met een motor

Motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS), landbouw- en bosbouwtrekkers en gehandicaptenvoertuigen met een motor, die kennelijk als een zodanig voertuig in gebruik zijn genomen, behouden deze status indien er sprake is van een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid. Dit volgt uit de artt. 5.7.8, 5.8.8, 5.10.8 en 5.11.8 RV.

Voor gekentekende voertuigen, waarvan de RDW het kenteken ongeldig heeft verklaard, omdat de eigenaar/houder heeft aangegeven dit voertuig als MMBS, als landbouw- of bosbouwtrekker of gehandicaptenvoertuig met motor te gaan gebruiken, wordt sinds 1 mei 2009 (inwerkingtreding Regeling voertuigen) door de RDW getoetst of het voertuig aan de voor de gewijzigde voertuigcategorie geldende eisen voldoet. Indien door de RDW een verklaring is afgegeven dat dit voertuig op het moment van keuring heeft voldaan aan de daarvoor gestelde eisen dan behoudt het voertuig bij een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid nog steeds de door de RDW bepaalde voertuigstatus [3] . Door een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid kan een voertuig zijn status dus niet verliezen.

Gekentekende voertuigen, die voor 1 mei 2009 op verzoek van de eigenaar/houder door de RDW als MMBS of landbouw- of bosbouwtrekker zijn aangemerkt, zijn vanwege het ontbreken van eisen in het toentertijd geldende Voertuigreglement niet door de RDW gekeurd. Als deze voertuigen voor wat betreft de inrichting voldoen aan de eisen om aangemerkt te worden als MMBS, landbouw- of bosbouwtrekker of gehandicaptenvoertuig met motor dan moeten deze voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen die na 1 mei 2009 door de RDW zijn gekeurd en derhalve wordt bij een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid uitsluitend opgetreden op basis van de artt. 5.7.8, 5.8.8, 5.10.8 en 5.11.8 RV.

2. Maximumconstructiesnelheid

2.1 Maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen

In artikel 5.6.0 RV is bepaald dat bromfietsen moeten voldoen aan de in afdeling 6 opgenomen eisen en in artikel 5.6.72 RV is bepaald dat aangewezen bromfietsen in afwijking van 5.6.0 RV moeten voldoen aan de in afdeling 6 onder paragraaf 13 opgenomen eisen.

Op grond van artikel 5.6.8, eerste lid, RV moeten bromfietsen met een maximumconstructiesnelheid van meer dan 25 km/h tot en met 45 km/h bij voortduring blijven voldoen aan de maximumconstructiesnelheid die vermeld is op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, vermeerderd met 5 km/h. Voor bromfietsen met een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h is in het tweede lid bepaald dat de vermelde maximumconstructiesnelheid met 4 km/h vermeerderd moet worden. Deze marges zijn afgeleid van de Richtlijn 95/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 2 februari 1995 betreffende de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, het maximumkoppel en het netto-maximumvermogen van twee- of driewielige motorvoertuigen (hierna: Richtlijn 95/1/EG). Deze marges zijn noodzakelijk om te voorkomen dat tegen bestuurders van bromfietsen die geheel conform de eisen zijn toegelaten tijdens een controle op de naleving van de permanente eisen verbaliserend wordt opgetreden.

Wordt de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 4 respectievelijk 5 km/h, overschreden, dan is dat een indicatie dat de brom- of snorfiets is opgevoerd.

Ten aanzien van de aangewezen bromfiets wordt in artikel 5.6.76 RV bepaald dat deze moet blijven voldoen aan de in artikel 20b van de wet vermelde maximumconstructiesnelheid. In dit artikel is de maximumconstructiesnelheid bepaald op 25 km/h. In afwijking van artikel 5.6.8 RV is voor de aangewezen bromfiets geen marge opgenomen. Er is geen marge opgenomen omdat de Richtlijn 95/1 EG niet van toepassing is op de aangewezen bromfiets en de marge wordt door de minister van IenM als onwenselijk beschouwd omdat er voor deze bromfietsen geen kentekenplicht geldt en de bestuurder niet in het bezit hoeft te zijn van een rijbewijs AM.

2.2 Maximumconstructiesnelheid motorrijtuigen met beperkte snelheid, landbouw- en bosbouwtrekkers en gehandicaptenvoertuigen met een motor

In de artt. 5.7.0, 5.8.0, 5.10.0 en 5.11.0 RV is bepaald dat MMBS-en, landbouw- en bosbouwtrekkers en gehandicaptenvoertuigen met een motor moeten voldoen aan de in de voor deze voertuigen geldende afdeling opgenomen eisen.

Op grond van de artt. 5.7.8, 5.10.8 en 5.11.8, eerste lid, RV moeten MMBS-en, en gehandicaptenvoertuigen met een motor bij voortduring blijven voldoen aan de in art. 1.1. voor die voertuigcategorie vermelde maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h. Voor landbouw- en bosbouwtrekkers is in art. 5.8.8, eerste lid, RV bepaald dat deze bij voortduring moeten blijven voldoen aan de in de goedkeuring vermelde maximumconstructiesnelheid of indien deze niet bekend is de constructiesnelheid behorend bij de classificatie van de voertuigcategorie T, vermeerderd met 5 km/h. Deze marge is noodzakelijk om te voorkomen dat tegen bestuurders van voertuigen die geheel conform de eisen zijn toegelaten tijdens een controle op de naleving van de permanente eisen verbaliserend wordt opgetreden.

Wordt de voor het motorvoertuig geldende maximumconstructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h, overschreden, dan is dat een indicatie dat het motorvoertuig is opgevoerd of een begrenzing ongedaan is gemaakt.

3. Meting maximumconstructiesnelheid

In artikel 28 van de bijlage VIII, behorende bij hoofdstuk 5 RV is bepaald dat de meting van de maximumconstructiesnelheid op twee manieren kan geschieden. Voor bromfietsen is bepaald dat de meting van de maximumconstructiesnelheid voor zover mogelijk met een bromfietsrollentestbank moet worden verricht en dat de maximumconstructiesnelheid van bromfietsen waarvan de maximumconstructiesnelheid niet met een bromfietsrollentestbank kan worden gemeten, zoals de speed-pedelec en het gemotoriseerde rijwiel, en van overige motorvoertuigen moet worden gemeten door middel van een rijproef.

3.1 De bromfietsrollentestbank

Controle van brom- en snorfietsen op de maximumconstructiesnelheid vindt [4] , voor zover de bouw en constructie van de bromfiets dit toelaten, plaats met behulp van een bromfietsrollentestbank die gecertificeerd is conform in hoofdstuk 8, paragraaf 10 RV opgenomen eisen. De meting moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de bij de bromfietsrollentestbank behorende handleiding met uitzondering van het mogelijk in de handleiding bepaalde over het meten bij het maximum toerental (zie hiervoor onder 3.3). Door bestuurders van brom- en snorfietsen ter plaatse te bekeuren, worden ze aangespoord hun voertuig te laten voldoen aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid. Bovendien bestaat de kans dat ze binnen korte tijd opnieuw gecontroleerd worden. Vanwege de grote pakkans is het niet noodzakelijk om de brom- of snorfiets altijd in beslag te nemen als niet is voldaan aan de eisen ten aanzien van de maximumconstructiesnelheid. De voor inbeslagneming geldende voorwaarden staan vermeld in paragraaf 7.

3.2 Rijproef

Met ingang van 1 april 2012 is in artikel 28, tweede lid, bijlage VIII, behorende bij hoofdstuk 5 RV bepaald dat de maximumconstructiesnelheid van bromfietsen waarvan de maximumconstructiesnelheid niet met een bromfietsrollentestbank kan worden gemeten en van overige motorvoertuigen, waarvoor een maximumconstructiesnelheid is vastgesteld wordt gemeten door middel van een rijproef, waarbij de in artikel 29a, bijlage VIII, genoemde meetcondities in acht moeten worden genomen.

In artikel 29a is vervolgens bepaald dat deze rijproef aan de volgende voorwaarden moet voldoen:

1. Een rijproef om de maximumconstructiesnelheid te meten wordt in twee tegengestelde rijrichtingen uitgevoerd:
a. op een nagenoeg vlak en horizontaal wegdek;

b. door een bestuurder met een massa van minimaal 75 kg;

c. met behulp van een daarvoor geschikt meetmiddel, waarbij de meting dient te geschieden terwijl het voertuig de maximaal haalbare snelheid heeft bereikt.
2. De gemeten maximumconstructiesnelheid is het gemiddelde van twee metingen, waarbij de gemiddelde waarde op een heel getal wordt afgekapt [5] .

In aanvulling op bovenstaande eisen gelden voor de handhaving de volgende eisen:

a. Bij het bepalen van de locatie voor de meting moet er zorg voor worden gedragen dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Zo moeten er bijv. geen kruisingen voorkomen in het weggedeelte waarop de maximumconstructiesnelheid wordt gemeten;

b. De rijproef mag uitsluitend worden uitgevoerd door personen, die bekwaam zijn in het besturen van het te meten voertuig. Zo verdient het de voorkeur om bij bijzondere voertuigen, zoals MMBS-en, de rijproef onder begeleiding van een opsporingsambtenaar te laten verrichten door de bestuurder van het motorvoertuig;

c. Voor het bepalen van de maximumconstructiesnelheid mogen uitsluitend snelheidsmeters worden gebruikt die in de geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers zijn genoemd. Deze snelheidsmeters moeten worden gebruikt en bediend overeenkomstig de in de genoemde aanwijzing opgenomen voorschriften en moeten voldoen aan de daarin gestelde certificeringseisen;

d. Indien de maximumconstructiesnelheid wordt gemeten door het voertuig te volgen, moet het voertuig dat volgt ten minste uitgerust zijn met een geijkte boordsnelheidsmeter en moet gedurende ten minste 16 seconden op maximaal haalbare snelheid worden gemeten;

e. De gemeten snelheid moet worden gecorrigeerd overeenkomstig de in punt 3.1.1 van de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers opgenomen correctietabel. Voor gemeten snelheden tot 100 km/h is de correctie 3 km/h. Bijv. Waarde meting 1: 57,4 km/h – correctie 3km/h = gecorrigeerde snelheid 54, 4 km/h. Waarde meting 2: 60,3 km/h – correctie 3 km/h = 57, 3 km/h. De gemiddelde waarde conform art. 29a, tweede lid, bijlage VIII wordt dan (54,4 + 57,3)/2 = 55,85 km/h en de afgekapte (gemiddelde) gemeten maximumconstructiesnelheid 55 km/h.

f. In het zaaksoverzicht c.q. het proces-verbaal worden naast de gemeten maximumconstructiesnelheid de resultaten van beide metingen en de toegepaste correcties vermeld.

3.3 Maximaal te meten maximumconstructiesnelheid

Er zijn bij metingen op hoge snelheid met de bromfietsrollentestbank enige incidenten geweest waarbij de in het achterwiel aangebrachte centrifugaalkoppeling van bromfietsen met een automatische versnelling uit elkaar is gespat. Om deze reden is het niet wenselijk om de maximale constructiesnelheid te meten, maar de maximumconstructiesnelheid te meten tot sprake is van een onder het strafrecht vallende overtreding en de in punt 7 genoemde recidiveregeling van toepassing is. Dit geldt voor zowel de meting met een bromfietsrollentestbank als voor de meting door middel van een rijproef. Deze beperking in de meting geldt dus niet uitsluitend voor bromfietsen maar voor alle voertuigen, waarvan de maximumconstructiesnelheid, door middel van een rijproef wordt gemeten.

Bij bromfietsen met een maximumconstructiesnelheid van 45 km/h (toegestaan: 45 + 5 km/h =50 km/h) is hiervan sprake als een snelheid is gemeten van 74 km/h op de bromfietsrollentestbank (74-8= 66 km/h is een overschrijding met meer dan 15 km/h).

Voor snorfietsen met een maximumconstructiesnelheid van 25 km/h (toegestaan: 25 + 4= 29 km/h) geldt dit als een snelheid is gemeten van 50 km/h (50-5 = 45 km/h is een overschrijding met meer dan 15 km/h).

4. Correctie maximumconstructiesnelheid bromfietsrollentestbank

Op grond van artikel 8.4.92 RV bedraagt de maximale fout 5 km/h bij een gemeten maximumconstructiesnelheid met een bromfietsrollentestbank tot en met 50 km/h. Bij hogere gemeten snelheden bedraagt deze fout 10 procent. De gemeten maximumconstructiesnelheid moet dus met één van deze waarden worden gecorrigeerd.

De vermelde maximale fout is uitgewerkt in onderstaande tabellen. De foutcorrectie van 10 procent is in deze tabellen op hele km/h naar boven afgerond. De correctie met de maximale fout moet conform deze tabel gebeuren. In de tabellen zijn overschrijdingen van de maximumconstructiesnelheid gekoppeld aan de in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen opgenomen feitcodes.

Tabel 1                                               Meting rollentestbank bromfietsen  25 km/h

De in deze tabel opgenomen koppeling met feitcodes is correct voor zover bij snorfietsen 25 km/h op het kentekenbewijs of in het kentekenregister staat vermeld. Als een afwijkende waarde is vermeld, moet bij het bepalen van de feitcode uiteraard van deze waarde worden uitgegaan. Voor de aangewezen bromfiets moet altijd van de in artikel 20 b van de WVW 1994 opgenomen waarde van 25 km/h worden uitgegaan

Om de lengte van de tabel te beperken zijn in kolom 3 e.v. slechts de tientallen en de waarden opgenomen, waarbij wisseling van feitcodes plaatsvindt. De tussenliggende waarden moeten worden gecorrigeerd conform kolom 1 en 2.

Aangewezen bromfiets

(25 km/h conform art. 20b WVW 1994, zie art. 5.6.76 lid 1 RV)

Snorfiets

(25 km/h op kentekenbewijs

+ 4 km/h,

zie art. 5.6.8 lid 2 RV)

1

2

3

4

5

6

7

Gemeten snelheid van/tot

Correctie

rollenbank

Gemeten snelheid

Correctie

rollenbank

Gecorrigeerde

snelheid

Feitcode

Feitcode

30 t/m 50 km/h

5 km/h

30 km/h

5 km/h

25 km/h

Nvt

Nvt

31 km/h

5 km/h

26 km/h

N 086 a

Nvt

35 km/h

5 km/h

30 km/h

N 086 a

N 086 a

41 km/h

5 km/h

36 km/h

N 086 b

N 086 a

45 km/h

5 km/h

40 km/h

N 086 b

N 086 b

46 km/h

5 km/h

41 km/h

N 086 g

N 086 b

50 km/h

5 km/h

45 km/h

N 086 g

N 086 g

Tabel 2                    Meting rollentestbank bromfietsen  45 km/h

De in deze tabel opgenomen koppeling met feitcodes is correct voor zover bij  bromfietsen 45 km/h op het kentekenbewijs of in het kentekenregister staat vermeld. Als een afwijkende waarde is vermeld, moet bij het bepalen van de feitcode uiteraard van deze waarde worden uitgegaan.

Om de lengte van de tabel te beperken zijn in kolom 3 e.v. slechts de tientallen en de waarden opgenomen, waarbij wisseling van feitcodes plaatsvindt. De tussenliggende waarden moeten worden gecorrigeerd conform kolom 1 en 2.

Bromfiets

(45 km/h op kentekenbewijs

+ 5 km/h,

zie art. 5.6.8 lid 1 RV)

1

2

3

4

5

8

Gemeten snelheid van/tot

Correctie

rollenbank

Gemeten snelheid

Correctie

rollenbank

Gecorrigeerde

snelheid

Feitcode

Meer dan 57 t/m 60 km/h

6 km/h

(= 10 %)

57 km/h

6 km/h

51 km/h

N 083 a

Meer dan 60 t/m 70 km/h

7 km/h

(= 10 %)

62 km/h

7 km/h

55 km/h

N 083 a

67 km/h

7 km/h

60 km/h

N 083 a

68 km/h

7 km/h

61 km/h

N 083 b

Meer dan 70 km/h

8 km/h

(= 10 %)

74 km/h

8 km/h

66 km/h

N 083 g

Tabel 3                            Meting rijproef

A

B

C

D

De in deze tabel opgenomen koppeling met feitcodes is correct voor zover bij landbouw- of bosbouwtrekkers cat. T 1 t/m T4.3 de bij de classificatie behorende maximumconstructiesnelheid 40 km/h bedraagt[1]. Indien een afwijkende waarde volgens de goedkeuring van toepassing is, moet bij het bepalen van de feitcode uiteraard van deze waarde worden uitgegaan.

Voor de MMBS is afhankelijk van de inrichting een maximumconstructiesnelheid vastgesteld van 25 respectievelijk 45 km/h. (Zie kolom B en D)

Zie voor het gemotoriseerd rijwiel en de speed-pedelec de in de tabellen 1 en 2 opgenomen toelichting op de koppeling met de feitcodes.

Om de lengte van de tabel te beperken zijn in kolom 2 e.v. slechts de tientallen en de waarden opgenomen, waarbij wisseling van feitcodes plaatsvindt. De tussenliggende waarden moeten worden gecorrigeerd met de in kolom 2 opgenomen waarde.

Gemotoriseerd rijwiel

(25 + 4 km/h)

MMBS

(25 + 5km/h)

Landbouw-/bosbouw-trekkers

T 1 t/m T 4

(40 + 5 km/h)

Speed-pedelec (N 083),

gehandicapten-voertuig met motor, of MMBS (N 085) (45 + 5 km/h)

1

2

3

4

5

6

Gemeten snelheid

Correctie

snelheids-meter

Gecorrigeerde

snelheid

Feitcode

Feitcode

Feitcode

Feitcode

33 km/h

3 km/h

30 km/h

N 086a

Nvt

Nvt

Nvt

34 km/h

3 km/h

31km/h

N 086a

N 085 a

Nvt

Nvt

44 km/h

3 km/h

41 km/h

N 086b

N 085 b

Nvt

Nvt

49 km/h

3 km/h

46 km/h

N 086g

N 085 g

N 085 a

Nvt

54 km/h

3 km/h

51km/h

N 086g

N 085 g

N 085 a

N083 a/N 085 a

59 km/h

3 km/h

56 km/h

N 086g

N 085 g

N 085 b

N083 a/N 085 a

64 km/h

3 km/h

61 km/h

N 086g

N 085 g

N 085 g

N083 b/N 085 b

69 km/h

3 km/h

66 km/h

N 086g

N 085 g

N 085 g

N083 g/N 085 g

[1] Landbouw- en bosbouwtrekkers (LBT) op wielen zijn op basis van de Verordening EU 167/2013 onderverdeeld in de categorieën T 1 tot en met T 4.3. De maximumconstructiesnelheid is af te leiden uit de toevoeging van de letter ‘a’ indien de maximumconstructiesnelheid niet meer bedraagt dan 40 km/h en met toevoeging van de letter ‘b’ indien deze hoger is dan 40 km/h. LBT’s die zijn typegoedgekeurd voor 1 januari 2016 hebben geen  lettertoevoeging waaruit de maximumconstructiesnelheid is af te leiden. Uitsluitend LBT’s die op basis van oude regelgeving zijn typegoedgekeurd als T5 hebben een maximumconstructiesnelheid van meer dan 40 km/h.

5. Ondergrens vervolging

Er wordt geen ondergrens voor de vervolging gehanteerd omdat in de RV in de betreffende artikelen al een marge is opgenomen en derhalve is het onwenselijk dat een ondergrens wordt gehanteerd. Als op een rollentestbank of met een rijproef een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid wordt vastgesteld is immers altijd sprake van een moedwillig opgevoerd voertuig.

6. Feiten Regeling voertuigen

6.1. Snelheidsbegrenzer

In de artikelen 5.6.8, derde lid, 5.6.76, 5.7.8, 5.8.8, 5.10.8 en 5.11.8, alle tweede lid, RV wordt bepaald dat de in deze artikelen genoemde voertuigen geen voorziening mogen hebben die het kennelijke doel heeft om de controle op de maximumconstructiesnelheid te beïnvloeden.

Als bij controle blijkt dat een voertuig een dergelijke “snelheidsbegrenzer” heeft, dan moet deze begrenzer in beslag worden genomen. Als demontage van de snelheidsbegrenzer binnen 24 uur kan plaatsvinden, kan de inbeslagneming worden beperkt tot dit onderdeel. Is demontage niet mogelijk binnen deze termijn, dan verdient het de voorkeur om het gehele voertuig in beslag te nemen in belang van het onderzoek. (Zie verder de bijlage 2 bij de Aanwijzing inbeslagneming)

Na demontage van de snelheidsbegrenzer wordt de te behalen maximumconstructiesnelheid (opnieuw) gemeten. Als een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid wordt geconstateerd, wordt naast het proces-verbaal voor overtreding van voornoemd artikel ook een aankondiging van beschikking uitgereikt of proces-verbaal opgemaakt ter zake overschrijding van de maximumconstructiesnelheid. (Zie ook paragraaf 6.2 en onder Vervolging).

6.2 . Overige overtredingen/gedragingen

a. Bromfietsen

In de definitie van bromfietsen (zie paragraaf 1.1) is de vermelding van de status van het voertuig in het kentekenregister bepalend of het voertuig als bromfiets moet worden beschouwd. Daarnaast is voor de op basis van artikel 20 b WVW 1994 door de minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen (niet kentekenplichtige) bromfietsen de aanwijzing door de Minister bepalend voor de status van het voertuig en derhalve is het eveneens voor de aangewezen bromfiets niet noodzakelijk een onderzoek te doen naar de status van het voertuig,

Aan de hand van de in het kentekenregister vermelde status of de vanwege de aanwijzing door de minister bepaalde status is het mogelijk om voor de meeste gedragingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), een administratieve sanctie op te leggen, dan wel voor overtredingen een proces-verbaal op te maken.

b. Motorrijtuigen met beperkte snelheid, landbouw- en bosbouwtrekkers en gehandicaptenvoertuigen met een motor

In paragraaf 1.2 is bepaald dat een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid de status van deze motorvoertuigen niet wijzigt. Indien uit nader onderzoek niet aannemelijk kan worden gemaakt dat het voertuig een andere status heeft dan de voertuigcategorie, zoals het motorvoertuig door de RDW is goedgekeurd moet er vanuit worden gegaan dat het motorvoertuig nog tot dezelfde ‘terug gekeurde’ voertuigcategorie behoort. Aan de hand van deze status is het mogelijk om voor de meeste gedragingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de WAHV, een administratieve sanctie op te leggen, dan wel voor overtredingen een proces-verbaal op te maken

7. Inbeslagneming

Als bij het meten van de constructiesnelheid met behulp van de bromfietsrollentestbank of een rijproef wordt geconstateerd dat niet bij voortduring wordt voldaan aan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, voor zover van toepassing, vermeerderd met 4 dan wel 5 km/h, kan tot inbeslagneming van het gehele voertuig, worden overgegaan als is voldaan aan de volgende voorwaarden (cumulatief):

1. De geconstateerde maximumconstructiesnelheid van het voertuig bedraagt meer dan de ingevolge artikel 1.1 RV voor dat voertuig bepaalde maximumconstructiesnelheid dan wel de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid, voor zover van toepassing vermeerderd met 4 dan wel 5 km/h, terwijl de overschrijding van de maximumconstructiesnelheid onder het strafrecht valt.

2. De verdachte in kwestie heeft voor de derde keer binnen een tijdbestek van twee jaar een onder het strafrecht vallende overtreding begaan van artikel 5.6.8, 5.6.76, 5.7.8, 5.10.8 en/of 5.11.8 RV, waarvoor een proces-verbaal is opgemaakt.

Tevens is aan deze verdachte (aan het door hem opgegeven adres) bij één van de twee voorafgaande overtredingen van artikel 5.6.8, 5.6.76, 5.7.8, 5.10.8 c.q. 5.11.8 RV een waarschuwingsbrief uitgereikt of toegezonden, waarin het in deze paragraaf geformuleerde beleid over inbeslagneming van door hem bestuurde voertuigen, waarbij een onder strafrecht vallende overschrijding van de maximumconstructiesnelheid wordt geconstateerd wordt uitgelegd. Een afschrift van deze brief moet als bijlage bij het ter zake opgemaakte proces-verbaal worden gevoegd. Een voorbeeld van deze brief is als bijlage bijgevoegd.

Van het bovenstaande kan in geval van een terug gekeurde personen- of bedrijfsauto [7] worden afgeweken en kan direct tot inbeslagneming worden overgegaan indien:

a het voertuig de status van motorrijtuig met beperkte snelheid heeft gekregen en

b de snelheidsbegrenzing van het voertuig is verwijderd zodat de oorspronkelijke snelheid weer kan worden behaald en

c er is tevens een snelheidsoverschrijding van 100% of meer geconstateerd (dus een gecorrigeerde snelheid vanaf 50 km/h).

Bij inbeslagneming moet op het beslagformulier worden vermeld of sprake is van waardebeslag conform het bepaalde in de bijlage 1 van de Aanwijzing inbeslagneming (Zie voor inbeslagneming snelheidsbegrenzer paragraaf 6.1).

VERVOLGING

Uitgangspunt afdoening langs één traject bij cumulatie

Bij het controleren van voertuigen kunnen meerdere gedragingen en overtredingen worden geconstateerd. Omdat voor de betrokkene / verdachte afdoening van één gebeurtenis langs zowel administratiefrechtelijke als strafrechtelijke weg tot grote onduidelijkheid kan leiden, moet afdoening langs één traject het uitgangspunt zijn. Om een ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene voor ten hoogste drie gedragingen een sanctie opgelegd. Als een gebeurtenis uit gedragingen en strafbare feiten bestaat, wordt tegen de betrokkene / verdachte voor ten hoogste drie feiten een sanctie opgelegd / proces-verbaal opgemaakt. In het proces-verbaal moet dan melding worden gemaakt van de opgelegde sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het / de opgemaakte proces(sen)-verbaal. Van deze mogelijkheid dient slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik te worden gemaakt.

VORDERING OVERGIFTE KENTEKENBEWIJS EN AANZEGGEN VERBOD RIJDEN OP DE WEG

Aanzeggen verbod rijden op de weg na constatering overschrijding maximumconstructiesnelheid

Om de opvoer van brom- en snorfietsen en de daardoor veroorzaakte overlast te bestrijden wordt de overgifte van het kentekenbewijs deel I(A) c.q. de kentekencard van brom- en snorfietsen gevorderd bij elke geconstateerde overtreding van de maximumconstructiesnelheid. Het kentekenbewijs deel I(A) c.q. de kentekencard wordt na inzage teruggegeven en de bestuurder wordt op basis van artikel 48, zevende lid, WVW 1994 het verbod om met de brom-/snorfiets op de weg te rijden aangezegd. De administratieve afwikkeling van het aanzeggen van het verbod om op de weg te rijden dient te geschieden volgens de binnen de politie voorgeschreven werkwijze.

Aanzeggen verbod rijden op de weg na constatering overschrijding maximumsnelheid

In een brief aan de Tweede Kamer [8] heeft de minister van IenM mede namens de toenmalige minister van VenJ toegezegd om onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheid om het verbod om op te weg te mogen rijden aan te kunnen zeggen vanwege het niet voldoen aan de technische eisen als een overtreding van de maximumsnelheid is geconstateerd. Dit onderzoek is door TNO [9] uitgevoerd en de eindconclusie is dat het inderdaad mogelijk is om bij overschrijding vanaf een bepaalde rijsnelheid te kunnen stellen dat een brom- of een snorfiets dusdanig is opgevoerd dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer (RDW) sprake moet zijn van het feit dat de brom- of snorfiets niet voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde eisen ten aanzien van de maximumconstructiesnelheid.

Voor snorfietsen is hiervan sprake als de gecorrigeerde snelheid (= gemeten snelheid minus de meetfout van 3 km/h) 43 km/h of meer bedraagt en bij bromfietsen is hier sprake van als de gecorrigeerde snelheid 68 km/h of meer bedraagt. Gelet op het vorenstaande wordt daarom bij een staandehouding vanwege overschrijding van de maximumsnelheid vanaf 43 km/h voor snorfietsen en vanaf 68 km/h voor bromfietsen de overgifte van het kentekenbewijs deel I(A) c.q. de kentekencard gevorderd en na inzage teruggegeven. De bestuurder wordt vervolgens op basis van artikel 48, zevende lid, WVW 1994, het verbod om met de brom-/snorfiets op de weg te rijden aangezegd. De administratieve afwikkeling van het aanzeggen van het verbod om op de weg te rijden dient te geschieden volgens de binnen de politie voorgeschreven werkwijze.

OVERGANGSRECHT

De beleidsregels in deze instructie hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.

BIJLAGE: VOORBEELD WAARSCHUWINGSBRIEF

<gegevens politieregio> AAN: <naam>

<adres>

<postcode>

<woonplaats>

Telefoon:

Kenmerk:

Onderwerp: Waarschuwing vanwege het rijden met een opgevoerd voertuig

<Plaats>, <datum>

Geachte <naam verdachte>,

U bent op <datum> door een ambtenaar van de politieregio <naam regio> bekeurd, omdat u met een opgevoerd voertuig, < met het kenteken <kenteken> reed>.

Ik wil u erop wijzen dat het Openbaar Ministerie landelijk beleid over het rijden met opgevoerde voertuigen heeft vastgesteld. Hierin is bepaald dat een voertuig in beslag kan worden genomen als binnen twee jaar na de eerste bekeuring nog twee keer wordt bekeurd voor opgevoerd rijden. Dit geldt als is bekeurd voor een overschrijding van de constructiesnelheid met meer dan 15 km/h.

U bent nu één keer bekeurd. Als u binnen twee jaar na deze bekeuring nog tweemaal door de politie wordt bekeurd omdat u met een opgevoerd voertuig heeft gereden, wordt het op dat moment door u bestuurde voertuig direct inbeslaggenomen. Ook als een ander eigenaar is.

De officier van justitie zal daarna een beslissing nemen over het voertuig. U moet er rekening mee houden dat het voertuig aan het verkeer kan worden onttrokken. Dit betekent dat u het voertuig niet terugkrijgt en dat het zal worden vernietigd.

NB Onderstaande zin is alleen van toepassing indien het een gekentekende brom of snorfiets betreft.

Daarnaast is u meegedeeld dat u vanwege het rijden met het opgevoerde voertuig niet meer op de weg mag rijden. U mag niet meer met dit voertuig rijden tenzij dit weer is goedgekeurd door de RDW. U ontvangt een brief van de RDW waarin staat aangegeven wat u moet doen om uw voertuig weer goed te laten keuren.

Hoogachtend,

<Naam>

<Functie>


[1] Bijvoorbeeld de Segway.

[2] Het komt voor dat in het geheel geen kentekenplaat is aangebracht op een speed-pedelec. Als dit het geval is kan worden bekeurd voor feitcode K 030a (kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan het voertuig).

[3] Indien de bestuurder geen verklaring kan tonen kan aan de hand van het VIN-nummer bij de RDW worden nagegaan of het voertuig door de RDW is gekeurd en of een verklaring voor de constructiewijziging is afgegeven.

[4] Imperatief voorgeschreven in artikel 28, eerste lid, bijlage VIII, behorende bij hoofdstuk 5 RV.

[5] Indien het gemiddelde van twee metingen 57,8 km/h bedraagt, wordt de gemeten maximumsnelheid 57 km/h.

[6] Landbouw- en bosbouwtrekkers (LBT) op wielen zijn op basis van de Verordening EU 167/2013 onderverdeeld in de categorieën T 1 tot en met T 4.3. De maximumconstructiesnelheid is af te leiden uit de toevoeging van de letter ‘a’ indien de maximumconstructiesnelheid niet meer bedraagt dan 40 km/h en met toevoeging van de letter ‘b’ indien deze hoger is dan 40 km/h. LBT’s die zijn typegoedgekeurd voor 1 januari 2016 hebben geen lettertoevoeging waaruit de maximumconstructiesnelheid is af te leiden. Uitsluitend LBT’s die op basis van oude regelgeving zijn typegoedgekeurd als T5 hebben een maximumconstructiesnelheid van meer dan 40 km/h.

[7] Is niet van toepassing op voertuigen die als T5 LBT zijn toegelaten omdat voor deze trekkers geen maximumconstructiesnelheid is vastgesteld.

[8] Maatregelen verkeersveiligheid, brief Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2 juni 2014, Kamerstukken II 2013-2014, 29 398, nr. 415, p. 3.

[9] TNO-rapport, TNO 2014 R11781.