Instructie wegingen en wiellastmetingen (2018I002)

In deze beleidsregel

Categorie
  • overige
Van College van procureurs-generaal
Aan Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer 2018I002
Datum inwerkingtreding
Vervallen Instructie wegingen en wiellastmeters (2017I006)
Relevante beleidsregels Richtlijn voor Strafvordering Wet wegvervoer goederen (2017R001)
Aanwijzing OM-strafbeschikking (2017A005)
Wetsbepalingen

Artikelen 5.1.2, 5.18.17a t/m 5.18.18a. ,  5.18.25 t/m 5.18.25d  en 5.18.31

Regeling voertuigen

Bijlagen -

SAMENVATTING

Deze instructie beschrijft op welke wijze voertuigen op weegbruggen moeten worden gewogen en hoe de wiellasten van voertuigen moeten worden vastgesteld. Tevens zijn in deze instructie de eisen opgenomen waaraan een proces-verbaal ter zake overbelading moet voldoen en is als bijlage een voorbeeldmodel van een rekenstaat opgenomen.

ACHTERGROND

Deze instructie is tot stand gekomen naar aanleiding van een onderzoek van TNO Wegtransportmiddelen[1].

Algemeen

Bij het opmaken van een proces-verbaal ter zake van overbelading en/of aslast c.q. asstellastoverschrijding, moet deze instructie nauwkeurig worden gevolgd. Ook de opgegeven aanwijzingen van de fabrikant van de weeg- en meetapparatuur moeten te allen tijde worden opgevolgd. Het niet volgen van deze instructie of de door de fabrikant opgegeven aanwijzingen kan leiden tot weeg- en meetfouten en onjuiste weeg- en meetresultaten.

Relevante bepalingen Regeling voertuigen

In de artikelen 5.18.17a t/m 5.18.18.a , 5.18.25 t/m 5.18.25d en 5.18.31 van de Regeling voertuigen (RV) worden normen gesteld aan onder meer de toegestane maximum aslasten en de toegestane maximummassa’s. Deze waarden moeten indien mogelijk worden afgeleid uit het Nederlandse kentekenbewijs, de kentekencard of het kentekenregister. Als dat niet mogelijk is, of als het voertuig of samenstel niet in Nederland is geregistreerd, noemt de RV maximumwaarden waaraan moet worden voldaan. Zo kan dus worden opgetreden tegen buitenlandse vervoerders die naar Nederlandse maatstaven de beladingsvoorschriften overtreden, terwijl de waarden van hun (buitenlandse) kentekenbewijs wel in acht worden genomen.

NB Bij buitenlandse voertuigen mogen voor het bepalen van de in Nederland toegestane aslast(en) of massa(‘s) geen gegevens van buitenlandse kentekenbewijzen worden gebruikt, behalve de bij punt F 1 op basis van Richtlijn 1999/0037 EG op het buitenlandse kentekenbewijs vermelde waarde. Dit betreft de technisch toegestane maximummassa van een beladen voertuig. Waar in de betreffende artikelen van de RV over kentekenbewijs, kentekencard  of kentekenregister wordt gesproken wordt uitsluitend het Nederlandse kentekenbewijs, de Nederlandse kentekencard of het Nederlandse  kentekenregister bedoeld. Voor buitenlandse voertuigen geldt de in de betreffende artikelen vermelde maximaal toegestane massa of aslast of indien deze lager is, de op de constructieplaat vermelde technisch toegestane maximummassa of aslast (zie voor de te gebruiken waarde(n) bijlage 3).

De som van de aslasten mag niet meer bedragen dan de maximum toegestane massa. Dit laatste geldt voor motorrijtuigen, autonome aanhangwagens en samenstellen van voertuigen. In artikel 5.18.17a en b RV wordt aangeven dat de totale massa van samenstellen van voertuigen (het zogenaamde treingewicht) en de som van de aslasten niet meer mag bedragen dan de in het kentekenregister vermelde toegestane maximummassa. Als in het kentekenregister geen maximummassa is vermeld, dan is de toegestane maximummassa 50.000 kg.

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze weeg- en meetinstructie wordt verstaan onder:

samenstel van voertuigen:

trekkend voertuig met een of meer aanhangwagens

aslast:

de som van de wiellasten van één as.

asconfiguratie:

de combinatie van twee of meer assen.

asstel:

combinatie van twee of meer assen, evenwijdig gelegen op een onderlinge afstand van minder dan 1,80 m;

asstellast:

de som van de wiellasten van twee of meer assen waarvoor in het kenteken- c.q. registratiebewijs of in het kentekenregister een gezamenlijke maximum toegestane waarde is vastgesteld.

som van de aslasten:

door meting vastgestelde som van twee of meer assen van een motorrijtuig, een autonome aanhangwagen, of een samenstel van voertuigen.

gecorrigeerde massa/aslast:

de massa of aslast die wordt vastgesteld als van de gemeten massa of aslast de voor het instrument geldende maximale fout van de meetapparatuur is afgetrokken.

gemeten massa/wiellast:

de massa of wiellast van een voertuig die met behulp van een weegbrug of wiellastmeter is vastgesteld.

totale massa:

door weging vastgestelde massa van het totale voertuig of samenstel van voertuigen.

meetplatform:

wiellastmeters (gekoppeld of niet gekoppeld).

weegplatform:

weeggedeelte van de weegbrug.

weegvloer:

een horizontaal of nagenoeg horizontaal liggende ondergrond waarop gewogen wordt.

meetvloer:

een horizontaal of nagenoeg horizontaal liggende ondergrond waarop gemeten wordt.

wiellast:

de last welke door een wiel van een voertuig op het meetplatform wordt uitgeoefend. Een samenstel van wielen, op een wielnaaf gemonteerd, wordt als één wiel beschouwd.

ERRU-overtreding:

zeer ernstige inbreuk van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage IV van verordening 1071/2009/EG. Deze alleen voor het beroepsvervoer geldende overtredingen hebben naast de strafrechtelijke vervolging eveneens zogenoemde strafpunten tot gevolg die worden vastgelegd in het ERRU-register (European Register of Road Transport Undertakings) en kunnen indien een aantal strafpunten is behaald tot intrekking van de vervoersvergunning leiden

ALGEMEEN

Afkoppelen beperkt toegestaan

In beginsel wordt bij het wegen van samenstellen van voertuigen het gehele samenstel gewogen.

Het is slechts in de volgende gevallen toegestaan om in het kader van de controle van de beladingsvoorschriften de voertuigen af te koppelen:

  • Deelwegingen op een weegbrug in verband met het vaststellen van de massa van het samenstel van voertuigen wanneer dit samenstel door lengte, breedte of gewicht niet in zijn geheel op een weegbrug geplaatst kan worden.
  • Het op een weegbrug vaststellen van de afzonderlijke massa van voertuigen die deel uitmaken van een samenstel.

Tot slot is afkoppelen toegestaan als in het kader van een maatregel het trekkend voertuig wordt vervangen door een ander trekkend voertuig.

Koppelingsdruk

Er wordt niet geverbaliseerd voor een te hoge koppelingsdruk. Wel wordt voor overtreding van artikel 5.18.31 RV een aankondiging van beschikking (feitcodes P 310 e/f) uitgereikt als een negatieve koppelingsdruk wordt geconstateerd (de aanhangwagen helt achterover). Daarnaast wordt het samenstel stilgezet totdat de lading zodanig is verplaatst dat een positieve koppelingsdruk ontstaat.

WIELLASTMETERS

  1. Eisen ten aanzien van de meetlocatie
  • De plaats van het meten moet zo vlak mogelijk zijn. Voor de vaststelling van aslasten of asstellasten moet gestreefd worden naar een horizontale ligging van de meetvloer, waarbij een maximumhelling van 5 procent ten opzichte van de breedte van het voertuig is toegestaan. Bij de vaststelling van wiellasten is het noodzakelijk dat de meetvloer in elke richting horizontaal is.
  • De grondplaat van het meetplatform moet gelijkmatig worden ondersteund door de meetvloer. Harde ondergronden met uitstekende stenen en wegen met groeven zijn niet geschikt. Eventuele ruimte tussen de grondplaat van het meetplatform en het wegdek mag in geen geval meer bedragen dan 10 mm.

2. Geldigheidsduur goedkeuring wiellastmeters

Voor aanvang van de meting of een serie metingen moet worden gecontroleerd of de geldigheidsduur van de goedkeuring nog niet is verstreken.

  1. De meetprocedure
  • Voor elke meting moet de nulinstelling van het meetplatform worden gecontroleerd.
  • Het actieve meetdeel van het meetplatform moet recht voor het wiel worden geplaatst.
  • Het voertuig c.q. het samenstel van voertuigen moet langzaam in rechte lijn op het meetplatform worden gereden.
  • De te meten wielen dienen ‘centraal’ en geheel op het actieve meetgedeelte van het meetplatform e worden geplaatst.
  • Wanneer gebruik wordt gemaakt van een dummy-meetplatvorm, is de plaatsing van het wiel op het dummy-meetplatform gelijk aan de plaatsing op het meetplatform, zodat de aslast gelijkmatig wordt verdeeld.
  • Alle assen, behorende tot een asconfiguratie van het te meten voertuig c.q. het samenstel van voertuigen, moeten op gelijke hoogte met het meetplatform worden uitgevuld (voor een vrachtauto met daaraan gekoppeld een autonome aanhangwagen is uitvulling van het totale samenstel niet vereist). Hierbij mag gebruik worden gemaakt van zogenaamde dummy-meetplatformen of opvulmatten. Uitfrezingen waarin meetplatformen op gelijke hoogte met het wegdek kunnen worden verzonken, zijn eveneens toegestaan.

3.1 Voertuig in rust tijdens meten

Tijdens het opnemen van de wiel- c.q. aslast is het een vereiste dat:

  • het voertuig of samenstel van voertuigen volledig onberemd is;
  • alle assen zich in een ontspannen toestand bevinden;
  • gewacht wordt tot het voertuig volledig in rust is (met name bij vloeistoftransporten is dit erg belangrijk);
  • bij toepassing van luchtveersystemen wordt gewacht totdat dit systeem zich volledig heeft gestabiliseerd.

3.2 Luchtveersysteem

  • Als het voertuig of samenstel van voertuigen is voorzien van een luchtveersysteem, moet er op worden toegezien dat de chauffeur geen manipulaties pleegt met dit systeem. De aslast kan hierdoor worden beïnvloed, met een onjuist meetresultaat als mogelijk gevolg.
  • Ter terechtzitting is soms met succes het verweer gevoerd dat bij overschrijding van de aslasten het verschil tussen de onderlinge assen van een asstel[2] te groot is en dat de meting derhalve incorrect is verlopen. Bij aanwezigheid van een luchtveersysteem zouden deze verschillen volgens zeggen niet kunnen ontstaan. Onderzoek van het toenmalige KLPD heeft uitgewezen dat dergelijke grote verschillen echter wel degelijk mogelijk zijn.[3]Maar uit oogpunt van een efficiënte rechtsgang en om een dergelijk verweer op voorhand te kunnen pareren moet bij een verschil van meer dan 500 kg tussen de assen een tweede meting plaatsvinden. Voordat deze tweede meting plaatsvindt, moet het voertuig van en opnieuw op de wiellastmeters worden gereden, zodat duidelijk is dat de werking van de luchtvering niet van invloed is op de tweede meting. De tweede meting wordt ingevuld op een tweede rekenstaat die bij het proces-verbaal wordt gevoegd. De waarden van de meting die voor de verdachte het gunstigste is, worden opgenomen in het proces-verbaal. Daarnaast wordt in het proces-verbaal melding gemaakt van het feit dat twee keer is gemeten.
  • Op zitting wordt het bovenstaande verweer soms gevoerd terwijl noch uit het proces-verbaal noch uit de rekenstaat blijkt dat een tweede meting is verricht. Via de RDW-systemen uit het kentekenregister opgevraagde gegevens is niet goed na te gaan welke assen deel uitmaken van een asstel. Het is daarom van belang om als sprake is van een asstel de rekenstaat bij de betreffende assen aan te geven dat dit het geval is. Dit om het verweer te voorkomen dat sprake was van een verschil van meer dan 500 kg tussen de assen van een asstel, terwijl dit niet het geval was. Ook is het noodzakelijk om opgetrokken assen met de waarde nul of geen te vermelden op rekenstaat.
  1. Meetcorrectie

De gemeten waarden moeten worden gecorrigeerd met de maximaal toelaatbare  fout bij gebruik. Deze correctie bedraagt bij gebruik de maximaal toelaatbare fout zoals is toegestaan  krachtens  artikel 4.2  van de Bijlage I van de Richtlijn 2009/23/EG. Wiellastmeters vallen onder  de nauwkeurigheidsklasse IIII van deze richtlijn en daarvoor geldt  de in de onderstaande tabel opgenomen maximale fout, voor zover de ijkeenheid (e) 5, 20 dan wel 50 kg bedraagt.

Tabel maximale fout wiellastmeters ‘e’ = 5 kg

Afleeseenheid aangegeven in ‘e’

Maximale fout

Waarde maximale fout bij  ‘e’ = 5 kg

Gemeten waarde

Correctie met

0 – 50 e

1 e

0 kg - 250 kg

5  kg

> 50 – 200 e

2 e

> .250 kg – 1 000 kg

10  kg

> 200  e

3 e

> 1 000 kg

15  kg

Tabel maximale fout wiellastmeters ‘e’= 20 kg

Afleeseenheid aangegeven in  ‘e’

Maximale fout

Waarde maximale fout bij  ‘e’ = 20 kg

Gemeten waarde

Correctie met

0 – 50 e

1 e

0 kg – 1 000 kg

20 kg

> 50 – 200 e

2 e

> 1 000 kg – 4 000 kg

40 kg

> 200 e

3 e

>  4 000 kg

60 kg

Tabel maximale fout wiellastmeters ‘e’= 50 kg

Afleeseenheid aangegeven in  ‘e’

Maximale fout

Waarde maximale fout bij ‘e’ = 50 kg

Gemeten waarde

Correctie met

0 – 50 e

1 e

0 kg – 2 500 kg

50  kg

> 50 – 200 e

2 e

> 2 500 kg – 10 000 kg

100  kg

> 200 e

3 e

> 10 000 kg

150  kg

Uitsluitend gecorrigeerde waarden dienen in het proces-verbaal of in de aan het proces-verbaal toegevoegde rekenstaat te worden vermeld.

  1. Oorzaken die leiden tot foutieve metingen
  • De meetvloer is niet schoon of vlak; het meetplatform zakt te veel door.
  • De helling van de meetvloer is te groot. De lasten worden buiten het toegestane tolerantiegebied op het meetplatform overgebracht, wat resulteert in te lage gemeten waarden van de lasten.
  • Het meetplatform stond niet op de nulinstelling toen het voertuig op het meetplatform werd gezet.
  • Het wiel stond niet ‘centraal’ en geheel op het actieve weeggedeelte van het meetplatform, wat resulteert in te lage gemeten waarden van de lasten.
  • De niet te meten wielen c.q. assen zijn niet of niet op correcte wijze op gelijke hoogte met het meetplatform gesteld. Afhankelijk van de constructie van het voertuig resulteert dit in te hoge gemeten waarde. Daarbij kunnen meetfouten worden versterkt door eventuele statische krachten in het mechanische gedeelte bij meervoudige asstellen.

WEEGBRUGGEN

  1. Goedkeuring weegbrug

Voor aanvang van de weging moet de goedkeuring van de weegbrug worden gecontroleerd.

NB Er geldt voor weegbruggen in tegenstelling tot wiellastmeters geen geldigheidsduur van de goedkeuring.

  1. De weegprocedure
  • Voor elke weging moet de nulinstelling van het weegplatform worden gecontroleerd.
  • Alle wielen van het te wegen voertuig of samenstel moeten geheel op het weegplatform tot stilstand zijn gebracht.
  • Met een weegplatform mag alleen de massa van het gehele voertuig of samenstel van voertuigen worden vastgesteld. De wiel- c.q. aslasten kunnen niet op het weegplatvorm worden vastgesteld. Voor het vaststellen van de afzonderlijke massa van voertuigen die deel uitmaken van een samenstel, bestaande uit bedrijfs- c.q. personenauto met middenasaanhangwagen, moeten deze voertuigen tijdens de weging worden losgekoppeld.
  • Deelwegingen zijn toegestaan voor het vaststellen van de massa van het samenstel van voertuigen wanneer dit samenstel door lengte, breedte of massa niet in zijn geheel op de weegbrug geplaatst kan worden.

2.1 Tijdens het opnemen van de massa van het voertuig is het een vereiste dat:

  • het voertuig of samenstel van voertuigen volledig onberemd is;
  • gewacht wordt tot het voertuig volledig in rust is (met name bij vloeistoftransporten is dit erg belangrijk).
  1. Weegcorrectie

Bij weegbruggen moet per weging een correctie worden toegepast. Deze correctie bedraagt bij gebruik de maximaal toelaatbare fout zoals is toegestaan  krachtens  artikel 4.2  van de Bijlage I van de Richtlijn 2009/23/EG. Weegbruggen vallen onder de nauwkeurigheidsklasse III van deze richtlijn en daarvoor geldt  de in de onderstaande tabel opgenomen maximale fout, voor zover de ijkeenheid (e) 10 dan wel 20 kg bedraagt. Indien geen gebruik wordt gemaakt van onderstaande tabellen moet een correctie met de grootste maximale fout worden toegepast, te weten 60 kg.

NB De ijkeenheid (e) staat samen met de opschriften maximaal (Max) en minimaal (Min) weegvermogen nabij de display van de weegbrug waarop het meetresultaat wordt weergegeven vermeld.

Tabel maximale fout weegbruggen

Waarde maximale fout bij  e = 10 kg

IJkeenheid aangegeven in  ‘e’

Maximale fout

Gemeten waarde

Correctie met

0 – 500 e

1 e

0 kg t/m 500 kg

10 kg

> 500 – 2 000 e

2 e

> 500 kg t/m 20 000 kg

20 kg

> 2000 e

3 e

> 20 000 kg

30 kg

Waarde maximale fout bij  e = 20 kg

IJkeenheid aangegeven in  ‘e’

Maximale fout

Gemeten waarde

Correctie met

0 – 500 e

1 e

0 kg t/m 1 000 kg

20 kg

> 500 – 2 000 e

2 e

> 1 000 kg t/m 40 000 kg

40 kg

> 2 000 e

3 e

> 40 000 kg

60 kg

In het proces-verbaal of in de aan het proces-verbaal toegevoegde rekenstaat worden uitsluitend gecorrigeerde waarden vermeld.

  1. Oorzaken die leiden tot foutieve wegingen
  • Het weegplatform stond niet op de nulinstelling toen het voertuig of samenstel op het weegplatform werd gezet.
  • De wielen stonden niet volledig op het weegplatform, wat resulteert in een te lage gemeten waarde van de massa.

VERVOLGING

Ondergrens vervolging/toepassen maatregel

In de onderstaande tabel wordt aangegeven wanneer proces-verbaal moet worden opgemaakt en wanneer de maatregel van overladen moet worden opgelegd[4].

Overschrijding van:

Overschrijding in %

en gevolg

  1. toegestane maximummassa voertuig/samenstel of
  2. som van de aslasten voertuig/samenstel.

≥ 5%   = proces-verbaal

≥ 10% = proces-verbaal + maatregel overladen

  1. toegestane maximum as(stel)las en/of;
  2. maximum te trekken massa/som van de aslasten aanhangwagen.

≥ 10% = proces-verbaal

≥ 20% = proces-verbaal + maatregel overladen

NB De percentages worden altijd afgekapt (bijvoorbeeld 9,9 procent wordt 9 procent).

Cumulatie van overtredingen

Bij het begaan van meerdere overtredingen van de beladingsvoorschriften (overschrijding van as(stel)last, totale som van de aslasten, de maximummassa van een voertuig), wordt in principe uitsluitend voor de zwaarste overtreding vervolgd. Daarbij wordt die overtreding gekozen met de hoogste boete. Bij een gelijke boete wordt geverbaliseerd voor het hoogste percentage overbelading. Van het vorenstaande wordt afgeweken als sprake is van een als ERRU-overtreding aangemerkte overbelading. Als hier sprake van is dan wordt hiervoor geverbaliseerd en vervolgd. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van de voor de ERRU-overtredingen toegekende feitcodes.

NB Als bij een samenstel van opleggertrekker en oplegger alleen sprake is van een ‘overbeladen’ opleggertrekker door een aslastoverschrijding van de aangedreven as(sen) als gevolg van een onjuiste belading dan wordt in afwijking van het vorenstaande geen gebruik gemaakt van de ERRU feitcodes.

Als naast overtreding van de beladingsvoorschriften andere overtredingen van de WWG worden geconstateerd, wordt ook voor die overtredingen proces-verbaal opgemaakt.

Buitenlandse verdachten

Voor buitenlandse verdachten geldt het volgende. Indien de bestuurder van het voertuig waarmee de overtreding is begaan niet tevens de vervoerder is, dan is deze bij deze vervoersbepalingen niet strafbaar voor de gepleegde overtreding en kan geen strafbeschikking tegen hem worden uitgevaardigd. Er kan bij dit soort overtredingen slechts een strafbeschikking worden uitgevaardigd indien de chauffeur tevens de vervoerder is. Indien dit het geval is dan wordt de chauffeur als verdachte  gehoord en wordt het proces-verbaal vervolgens via de gebruikelijke werkwijze ingevoerd in de Transactiemodule en na verwerking in de systemen zal door het OM een strafbeschikking worden uitgevaardigd en door het CJIB aan de verdachte worden verzonden.

Als de chauffeur niet tevens de vervoerder is maakt de opsporingsambtenaar een proces-verbaal op dat eveneens via de Transactiemodule wordt ingezonden naar Parket CVOM. Met een gestandaardiseerd rechtshulpverzoek kan vanuit het Parket CVOM een verzoek worden gedaan om de vervoerder door een opsporingsinstantie in het land van vestiging te laten horen.

De chauffeur kan hierna zijn weg vervolgen, tenzij een maatregel van overladen wordt opgelegd of een mechanisch hulpmiddel is aangebracht aan het voertuig, wegens overtreding van artikel 2.3, eerste of derde lid of artikel 2.5 van de WWG.

Indien sprake is van niet bedrijfsmatig vervoer kan de overtreding via de gebruikelijke wijze met een aan de RV gekoppelde feitcode uit de N of P feitcodeseries worden afgedaan met een aankondiging van (straf) beschikking.

BIJLAGE 1:        EISEN PROCES-VERBAAL OVERBELADING

Het proces-verbaal moet ten minste aan de volgende eisen voldoen:

  1. Standaardgegevens
  • dag, datum, tijd en plaats van het vervoer;
  • naam, functie en dienstonderdeel verbalisant(en);
  • vermelding van de wetgeving op basis waarvan de controle wordt uitgevoerd. Als er beroepsvervoer c.q. eigen vervoer wordt verricht, moet in het proces-verbaal worden vermeld dat het proces-verbaal werd opgemaakt op grond van artikel 2.6 van de Wet wegvervoer goederen in verband met artikel 18 Regeling wegvervoer goederen, gelet op artikel 5.1.2 en 5.18.17a t/m 5.18.17g (en eventueel 5.18.25) van de Regeling voertuigen.
  • omschrijving voertuig c.q. samenstel van voertuigen:
    • bedrijfsauto;
    • samenstel personenauto/aanhangwagen, bedrijfsauto/aanhangwagen, opleggertrekker/oplegger, landbouw- of bosbouwtrekker/aanhangwagen;
    • kenteken;
    • ook wordt indien van toepassing vermeld dat dit een vrachtauto betreft als bedoeld in de Wet wegvervoer goederen
  • omschrijving van de lading.
  1. Redenen van wetenschap
  • indien van toepassing wetenschap waaruit blijkt dat beroepsvervoer c.q. eigen vervoer wordt verricht in de zin van de Wet wegvervoer goederen.
  • waarden kentekenbewijs/kentekenregister:
  • ledige massa;
  • toegestane maximummassa;
  • toegestane aslasten/asstellast.
  • gecorrigeerde meet/weegwaarde(n):
  • de tijdens de meting/weging opgenomen en daarna gecorrigeerde waarde(n).
  • afgeleide waarde:
  • omschrijving op welke wijze de afgeleide waarde is verkregen. (bijv. massa oplegger is verkregen door de totale massa van het samenstel te verminderen met de massa in rijklare toestand van de opleggertrekker (gegevens kentekenregister/-bewijs/-card) )
  • overschrijding in procenten.
  1. Weeg/meetinstructie
  • Uit het proces-verbaal moet blijken dat conform de weeg/meetinstructie is gehandeld:
  • geldigheid certificaat meetinstrument;
  • controle nulstelling;
  • horizontaal liggend wegdek;
  • wielen van het voertuig op gelijke hoogte met het weeg/meetplatform;
  • wielen centraal op actief gedeelte van weeg/meetplatform;
  • geen remwerking op de assen;
  • voertuig volledig in rust.
  1. Verhoor verdachte / derden
  • Als sprake is van beroeps- of eigen vervoer wordt de vervoerder aangemerkt als verdachte.
  • Zowel de vervoerder als de chauffeur moet worden verhoord, nadat de cautie is gegeven. Als vervoerder wordt in beginsel aangemerkt de bestuurder van de onderneming, dan wel iemand die gemachtigd is om namens de onderneming een verklaring af te leggen. Een verslag van het verhoor wordt opgenomen in het proces-verbaal. De vervoerder kan telefonisch worden verhoord.
  • Als de afzender, verlader of expediteur wordt aangemerkt als verdachte, worden zij (eventueel telefonisch) verhoord.
  1. Maatregel overladen
  • Als ingevolge deze instructie een maatregel genomen moet worden, dan moet deze maatregel in het proces-verbaal worden vermeld. Wordt in het voornoemde geval geen maatregel toegepast dan moet de opsporingsambtenaar in het proces-verbaal gemotiveerd aangeven waarom hij van deze instructie afwijkt.
  1. Bijlagen
  • Het proces-verbaal bevat voor zover van toepassing in ieder geval de volgende bijlagen (als dit niet mogelijk is moet de reden daarvan in het proces-verbaal worden vermeld):
  • rekenstaat (zo veel mogelijk volgens het model in bijlage 3) NB Indien sprake is van een geheven as moet deze met de waarde 0 op de rekenstaat worden vermeld;
  • uittreksel Kamer van Koophandel;
  • uitdraai kentekenregister/kopie kentekenbewijs/kentekencard;
  • kopie CMR- en/of ladingdocumenten (alleen verplicht indien op basis van artikel 2.6 lid 2 WWG naast de vervoerder derden als verdachte worden aangemerkt van het doen vervoeren in strijd met de beladingsvoorschriften).
  • Het proces-verbaal bevat zo mogelijk de volgende bijlage:
  • weegbon (als dit niet mogelijk is, wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld).

BIJLAGE 2:       VOORBEELDMODEL REKENSTAAT (pdf, 8.4 kB)

BIJLAGE3:        TABEL TOEGESTANE MAXIMUMMASSA EN ASLASTEN BUITENLANDSE VOERTUIGEN

Tabel toegestane maximummassa en aslasten buitenlandse voertuigen

Kolom 1

Waarde kentekenbewijs volgens Richtlijn 1999/0037 EG

Kolom 2

Indien het kentekenbewijs geen ‘technisch toegestane’ waarde vermeldt is de technisch toegestane waarde op de constructieplaat van toepassing

Kolom 3

Indien waarde constructieplaat hoger dan waarden van een van de artikelen 5.18.17a t/m g Regeling voertuigen(RV) zijn waarden uit RV van toepassing

Maximummassa

(F.1) technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand

NB Mogelijk staan ook F.2 en F.3 met waarden op het buitenlandse kentekenbewijs vermeld, maar deze mogen niet worden gebruikt. Deze waarden gelden alleen in het land waar het voertuig is ingeschreven.

Waarde technisch toegestane massa constructieplaat of indien waarde kolom 3 lager dan kolom 3 van toepassing

Maximaal:

a. 50 ton, of

b. vijfmaal de toegestane maximumlast onder de aangedreven as of assen, of

c. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg of

bij samenstel gedeeld door 0,002 kW/kg

Aslast(en)

NVT

Waarde technisch toegestane aslast constructieplaat of indien waarde kolom 3 lager dan kolom 3 van toepassing

Maximaal:

Niet aangedreven as of aanhangwagen: 10 ton,

Aangedreven as: 11,5 ton.

Twee niet-aangedreven assen:

onderlinge afstand assen < 1 m: 11 ton

onderlinge afstand tussen de assen  ≥ 1 m en <1,3 m: 16 ton

onderlinge afstand tussen de assen ≥ 1,3 m < 1,8 m: 18 ton.

Asstel met twee assen met één of twee aangedreven  assen:

onderlinge afstand assen < 1 m: 11,5 ton

onderlinge afstand tussen de assen  ≥ 1 m en <1,3 m: 16 ton

onderlinge afstand tussen de assen ≥ 1,3 m < 1,8 m: 18 ton (of 19 ton indien dubbele banden en gas- of gelijkwaardige vering).

Asstel met drie assen bedrijfsauto/bus of meer dan twee  assen aanhangwagen:

onderlinge afstand assen < 1,3 m: 7 ton per as

onderlinge afstand tussen de assen ≥ 1,3 m < 1,8 m: 8 ton per as; aangedreven as 10 ton, 2 aangedreven assen 9 ton, waarbij asstel bedrijfsauto/bus max 24 ton; gasvering of gelijkwaardig asstel max 27 ton, waarbij aangedreven as 11,5 ton, twee aangedreven assen 9,5 ton per as, assen aanhangwagen 9 ton per as.

Zie voor pendelassen artikel 5.18.17e leden e t/m k.

[1] TNO-rapport: Het meten van wiellasten van samenstellen van zware transportvoertuigen (d.d. 7 februari 1997).

[2] Voor deze situatie wordt uitgegaan van een asstel als het een combinatie van twee of meer assen betreft, evenwijdig gelegen op een onderlinge afstand van minder dan 1,80 m en aan de assen dezelfde maximum toegestane aslast is toegekend.

[3] Rapport Belading van voertuigen (B. Haneveld, toenmalig KLPD Dienst Verkeerspolitie, unit TMC).

[4] Het niet voldoen aan de vordering tot overladen levert een overtreding op, namelijk: overtreding van artikel 160, zevende lid, WVW 1994 (feitcode p K 160 b).